
Vooral de banken in Zuid-Europa hebben het moeilijk. Dat het zo slecht gaat met de banken komt door de kapitaalvlucht en terugtrekking van Noord-Europese banken en andere investeerders uit Zuid-Europa. Daarmee is ook het risico voor de noordelijke eurolanden meer van de particuliere naar de publieke sector verschoven. Zoals bekend wisselen ook steeds meer particulieren hun euro-spaartegoeden om in met name Engelse ponden.
Het afnemende vertrouwen in de euro o.a. gevoed door de problemen in Zuid-Europese landen (met name Griekenland en Spanje) zijn een goede voedingsbodem voor grote twijfels over de stabiliteit van de euro en het voortbestaan van deze munteenheid.